Inleiding

Reflecteren verwijst naar het vermogen om informatie te verwerken en daarbij tevens naar de inhoud van dat denken en het resultaat daarvan te kijken.   

Hoe doe ik dat? 

  1. U maakt gebruik van overkoepelende begrippen als context, cultuur en routine, u kent de uitgangspunten
  2. U heeft inzicht in de meest kenmerkende inhoudelijke begrippen, definities, modellen en schema's, u ordent
  3. U kent de wisselwerking tussen reflectie en levensloop
  4. U verdiept zich zowel in de pioniers van het verleden als in veelbelovende ontwikkelingen. U stelt zich kritisch op en kent de historie
  5. U bekijkt, bij voorkeur contrasterende beelden als leerzame voorbeelden (nog invullen)
  6. U zoekt verder in de hier gebruikte bronnen
  7. U beseft dat de hier gebruikte werkwijze deel uitmaakt van een of meer hogere ordeningsmechanismen, zoals complexiteit, systeemtheorie etc. (zie ELO-Denkhulp: Vindkunde).