2.1.2.2 Richting

Reflectieve vragen zetten aan tot overdenking en bieden daarbij ruimte. Doorgaans geeft dit soort vragen daarom een bepaalde richting mee. 

Hoe doe ik dat?

  1. U stelt vragen als 'hoe kijk je naar de toekomst voor wat betreft je werk, wat wil je gaan doen, hoe wil je dit bereiken'. U reflecteert toekomstgericht
  2. U stelt vragen als 'hoe reageerde je wat zou je anders hebben kunnen doen'. U reflecteert vanuit het perspectief van de observator
  3. U stelt vragen als 'wat als iemand ... wil of wat zouden de positieve kanten zijn van ...., wat de nadelen'. U reflecteert vanuit het perspectief van verandering
  4. U stelt vragen als: 'wanneer zou je besluiten wel/geen ....te laten plaatsvinden'. U reflecteert suggestief
  5. U stelt vergelijkingsvragen als 'wat maakt dat jij meer/ minder moeite hebt met onzekerheid rondom x dan iemand anders'. U reflecteert normatief
  6. U stelt onderscheidende vragen als 'wat is voor jou in dit kader het belangrijkst'. U reflecteert verhelderend
  7. U stelt vragen als 'als je zou besluiten geen screening te laten doen, hoe zou je je daar onder voelen'. U werkt hypothese-introducerend
  8. U doorbreekt standaard gedachtegangen, u reflecteert proces-onderbrekend. 

Meer weten? Zie Functionaliteit