4.4 Begripsreflectie

Als begrippen een argument op zich vormen, zoals bijv. professionele autonomie, kwaliteit van leven etc. is het van belang de betekenis van die begrippen vergaand te expliciteren en na te gaan welke ervaringen of aspecten allemaal onder het begrip vallen en welke juist niet.

Hoe doe ik dat?

  1. U kiest een begrip om te analyseren; kies een concept dat een centrale rol speelt in het overleg, maar waarvan de betekenis niet helder is
  2. U vraagt iedere deelnemer een concreet voorbeeld in trefwoorden op te schrijven waarin het begrip een centrale rol speelt. Op basis daarvan formuleert iedereen zijn of haar eigen definitie
  3. U bevraagt de deelnemers op hun definitie in termen van: A. Verwoording; wat is goed getroffen, wat niet? B. Toepasbaarheid; past de definitie bij de ervaringen, is de definitie hanteerbaar? C.Nauwkeurigheid: sluit de definitie de juiste zaken in/uit?  
  4. U formuleert de (definitieve!) definitie; probeer plenair te komen tot een gedeelde definitie. Ga na welke voorwaarden zijn om van X te spreken. NB: een goede definitie is eerder treffend en correct dan volledig en uitputtend!

Meer weten? Zie Hulpmiddelen en technieken