4.2 Groepsreflectie

Een algemene vorm van reflectie is het bespreken van een persoonlijke ervaring in groepsverband.

Hoe doe ik dat?

  1. U kiest een casus en formuleert een vraag die aan het eind van de sessie beantwoord dient te zijn. U problematiseert
  2. U stelt tal van verhelderende vragen, u analyseert
  3. U zorgt voor bewustwording en bekijkt de vraag vanuit verschillende perspectieven. U ervaart 
  4. U komt tot een eerste antwoord door eenieder de vraag vanuit eigen invalshoek te laten beantwoorden. U creëert opties bij voorkeur in gedragstermen, u concretiseert
  5. U vat samen en beantwoordt de vraag, waarbij u uw beweegredenen toelicht om voor deze optie te kiezen. U expliciteert 
  6. U benoemt patronen en plaatst zaken in een overkoepelend perspectief, u generaliseert
  7. U vertaalt een en ander in concepten, u abstraheert 
  8. U probeert doelgericht uit, u experimenteeert
  9. U loopt alles nog eens na,  zoals de voorbereiding, de fasering, discipline etc. Wat ging goed, wat kan beter? U evalueert.

Meer weten? Zie Hulpmiddelen en technieken